Debat 2: Duurzame energie in de Rotterdamse haven van de toekomst

“Geen overheidsbeleid kan op tegen een hoge olieprijs en een fluctuerende dollarkoers. Dat helpt de ontwikkeling van de duurzaamheideconomie pas echt op gang” Het gaat er stevig aan toe in het tweede debat van het symposium. Dat kan ook haast niet anders tussen vertegenwoordigers van de industrie, de wetenschap, de politiek en de milieubeweging. Maar verrassend genoeg is er ook overeenstemming over de toekomst van de Rotterdamse haven.

Dagvoorzitter Job Boot legt de deelnemers direct het vuur aan de schenen: gaat duurzaamheid ons niet teveel geld kosten? Joost Van Roost, President-directeur van ExxonMobil Benelux, reageert: “Duurzaamheid is lastig in geld uit te drukken. Zijn de kosten over tien jaar even hoog als vandaag? Waarschijnlijk niet. Daarbij geven beperkte investeringen in onderzoek in de toekomst een grote spin-off.” Van Roost pleit ervoor om duurzaamheid breed te bekijken: ieder mens heeft recht op energie. Hij staat sceptisch tegenover de discussie of Europese landen niet beter over kunnen schakelen naar een totale dienstenindustrie. “Dat is niet reëel. We blijven industrie nodig hebben als fundament voor de Westerse economie.”

Van petrochemie naar biochemie
Daarmee komt de Rotterdamse haven in beeld. Bas Hennissen, Directeur Procesindustrie en Massagoed van de Rotterdamse Haven: “Om dertig jaar vooruit te kunnen, moeten we ons richten op diversificatie: ruimte maken voor zowel gas en olie als biochemie en windenergie. Vervolgens moeten we blijven investeren in infrastructuur om de industrie te faciliteren.” Hij verwacht dat veel industrie straks gebaseerd is op plantaardige grondstoffen. Hennissen: “Wij luisteren goed naar de industrie en bereiden de haven voor op een transitie van petrochemie naar biochemie. Er komen enorme investeringen in de bio-based sector. Dat moet je als overheid en industrie samen doen. Het tempo en het succes hangen af van de economie. Het investeringsklimaat is in handen van de overheid.”

Gedeeld optimisme
Dat is koren op de molen voor Hans Vijlbrief, Directeur-generaal Energie en Telecom van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. “Maar de zakken van de overheid zijn momenteel tamelijk leeg. Die van de bedrijven trouwens ook.” Toch deelt hij het optimisme over de toekomst van de haven. Vijlbrief: “De petrochemie in de haven maakt moderne brandstoffen met moderne fabrieken.” Hij ziet dus nog een goede toekomst voor fossiele brandstoffen. Ook als Nederland in de discussie wordt uitgemaakt voor gekke Henkie van Europa, omdat de overheid zo weinig prikkels geeft voor de ontwikkeling van alternatieve brandstoffen. “De Duitse overheid kan de investeringen daar niet volhouden. Gevolg is een instabiel investeringsklimaat, waar deze hele zaal een hekel aan heeft.”

Olieprijs en verspilling
Coby van der Linde, Directeur van het Clingendael International Energy Programme, kijkt juist naar de markt zelf: “Geen overheidsbeleid kan op tegen een hoge olieprijs en een fluctuerende dollarkoers. Dat helpt de ontwikkeling van de duurzaamheideconomie pas echt op gang.” Van der Linde ziet veel kansen: “Rotterdam heeft een grote vraag vanuit het achterland, vooral uit Duitsland. Bijvoorbeeld naar brandstoffen, maar ook koelwater. Denk daarnaast aan het afvoeren van CO2-stromen. Dat gebeurt nu nog niet, maar daar moet je wel naar toe.” Daar sluit ook Wouter van Dieren zich bij aan, als Directeur van bureau IMSA voor milieu en innovatie: “De haven is veel meer dan alleen doorvoer en opslag.” Van Dieren laat zijn milieuhart spreken. “De olie-industrie levert een technisch ongelofelijke prestatie om grote volumes van een dure grondstof te winnen. Je zou het moeten verbieden dat deze grondstof zo verspild wordt.” Daarin vindt hij Joost Van Roost aan zijn zijde, die zegt: “Wij zijn tegen verspilling van onze producten.”

R50