INHOUDSOPGAVE | TERUG

Redding voor het paradijs

Exxonmobil Foundation ondersteunt behoud vitaal ecosysteem in Indonesië

Het regenwoud van Atjeh in Noord-Sumatra herbergt een van de fraaiste en rijkste ecosystemen ter wereld. Het Leuser-ecosysteem, zo genoemd naar de hoogste bergtop Gunung Leuser (3381 m), is met 2,6 miljoen hectare bijna even groot als België. Voor vele zeldzame planten en dieren, waaronder tijgers, orang oetangs, olifanten en neushoorns, is het een laatste toevluchtsoord. NGO Leuser International Foundation (LIF) beheert het gebied en tracht het te beschermen tegen bedreigingen als stropers, illegale houtkap en nieuwe wegen. ExxonMobil Foundation heeft besloten de LIF bij die strijd te ondersteunen.

BRON: THE LAMP, NO. 2, 2006 | VERTALING/ BEWERKING: ARNE LASANCE | FOTO'S: NATURE PICTURE LIBRARY

Het Leuser-ecosysteem strekt zich uit van de Indische Oceaan tot bijna de oostkust van Sumatra, grotendeels in de provincie Atjeh. De biodiversiteit is ongekend. Er zijn mangrovebossen, er is laag én hoog regenwoud, vulkanen spiegelen zich in grote meren.

Het hart van het Leuser-ecosysteem wordt gevormd door het nationale park Gunung Leuser, een bergachtig gebied van 950.000 hectare, dat door de Verenigde Naties is uitgeroepen tot World Heritage Site.

<Het Leuser-ecosysteem vormt de laatste levensvatbare habitat van verschillende bedreigde diersoorten, waaronder de orang-oetang en de sumatraanse tijger>

Het gebied telt liefst negen grotere riviersystemen, essentieel voor de zoetwatervoorziening van de hele regio. Het Leuser-ecosysteem vormt de laatste levensvatbare habitat van verschillende bedreigde diersoorten, waaronder de orang-oetang, de Sumatraanse neushoorn en de Sumatraanse tijger. Onder de 4500 verschillende planten treft men zeldzaamheden als de Rafflesia (de grootste) en de Amorphophallus (de langste bloem ter wereld).

Het gebied is niet alleen bijzonder door die verbijsterende biodiversiteit, maar het duurzaam functioneren van het ecosysteem is ook van levensbelang voor de ca. vier miljoen inwoners. Het is de enige bron van schoon water; zonder de bomen dreigen erosie en overstromingen. Het oerwoud neemt gigantische hoeveelheden CO2 op, milieutoerisme is in opkomst: allemaal alleen mogelijk, als het Leuser-ecosysteem intact blijft.

Bedreigingen | Al in de jaren twintig van de vorige eeuw bleek de plaatselijke bevolking bezorgd over de toekomst van de toen nog maagdelijke oerwouden. Stamoudsten protesteerden fel tegen plannen om de bodemschatten van het voor hen heilige gebied te exploiteren. Na langdurige onderhandelingen sloten de Atjehers en de Nederlandse koloniale autoriteiten op 6 februari 1934 het Verdrag van Tapaktuan, dat de plaatselijke flora en fauna enige bescherming bood.

Midden jaren negentig besloot de Indonesische regering tot een innovatieve benadering van duurzaam beheer én ontwikkeling van Leuser Gunung. In 1998 bevestigde de Indonesische overheid de bijzondere status van het Leuser-ecosysteem nog eens in een presidentieel besluit, dat de grenzen van het Leuser-ecosysteem wettelijk vastlegde en aangaf hoe het gebied gemanaged zou gaan worden. De overheid gaf aan een particuliere stichting, de Leuser International Foundation (LIF), een 'concessie', het exclusieve voorrecht om dit gebied dertig jaar lang te beschermen en de belangen ervan te bevorderen. Deze non-gouvernementele organisatie was begin jaren negentig opgericht door de Amerikaan Mike Griffiths, al lang in Indonesië wonend en werkend, en een groep vooraanstaande Atjehers, onder wie Abdul Rachman Ramly, oud-ambassadeur in de Verenigde Staten en directievoorzitter van de Indonesische Staatsoliemaatschappij.

Kosten/baten analyse: natuurbehoud loont! | Doelgericht en duurzaam beheer van het gebied is broodnodig. In diezelfde jaren negentig namen de bedreigingen onrustbarend toe. Nieuwe wegen doorkruisten het oerwoud. De fauna stond onder toenemende druk van wildstropers en oprukkende oliepalmplantages. Ervaringen in Indonesië en elders hebben geleerd dat nieuwe wegen niet alleen leefgebieden in nauwelijks levensvatbare brokstukken hakken, ze maken ook steeds meer illegale houtkap mogelijk en de aanleg van nieuwe plantages. Zo zorgen ze indirect voor onnodige erosie van de vruchtbare bovenlaag van de bodem, voor modderlawines en plotselinge overstromingen.

De LIF werkt hard aan alternatieve oplossingen voor de duurzame ontsluiting van het gebied. Economisch onderzoek heeft uitgewezen dat behoud van het ecosysteem ca 1,5 miljard euro per jaar méér op zal leveren, over de komende dertig jaar, dan een intensieve exploitatie (lees: ontbossing) van het gebied. Bovendien delen dan álle betrokkenen duurzaam in de opbrengsten van het ecosysteem. Het is dan ook van eminent belang om de autochtone bevolking en haar leiders daarvan te overtuigen, en hen optimaal te betrekken bij de besluitvorming over Gunung Leuser.

Grote ecosystemen verdienen bescherming, ook in ons eigen belang | In 2004 dreigde de financiële positie van de LIF precair te worden. De tsunami sloeg ook in Leuser Gunung hard toe. Gelukkig kon de LIF veel broodnodige noodhulp bieden aan de inwoners van de getroffen gebieden. Maar dat betekende wel een zware aanslag op de financiële reserves, terwijl er juist extra geld nodig was om de natuurbehoudconcessie inhoud en vorm te geven. De LIF benadrukt dat de biodiversiteit van Leuser, deze enorme genenpool, niet mag verschralen. Dat is ook in het belang van de mens. Ecosystemen als dat van Leuser Gunung moeten blijven leven. Daarvan is ook de ExxonMobil Foundation overtuigd. Zij besloot de LIF dan ook te steunen met een overbruggingskrediet van 700.000 dollar (ca. 540.000 euro). Zo kan de LIF de vele boswachters in dienst houden, die stropers en illegale houtkappers opsporen en tegenhouden. ExxonMobil ondersteunt de LIF van harte in haar streven naar een duurzame ontwikkeling én bescherming van het gebied en zijn inwoners.

Lokale inbreng cruciaal en effectief | Een aantal van de initiatieven is uniek. Zo helpen de dorpelingen zelf om strikken voor olifanten op te sporen en te verwijderen. Ook worden regelmatig bijeenkomsten met de dorpsoudsten georganiseerd om hen nauw te betrekken bij de plannen en de verdere ontwikkeling van hun omgeving. Tijdens die bijeenkomsten zijn het de dorpsgemeenschappen zelf die bepalen wat wel en niet wordt toegestaan, en welke straffen er opgelegd zullen worden aan overtreders. De Leuser International Foundation begrijpt heel goed hoe essentieel een goede samenwerking met de bevolking en de Indonesische overheid is. Alleen via die weg is het immers mogelijk effectief op te treden tegen verdere industriële houtkap en ontbossing – zonder de economische belangen van de lokale bevolking uit het oog te verliezen.

 Print